Uitspraak Bundesverfassungsgericht Duitsland

Het hoogste federale hof van Duitsland heeft op 3 maart 2009 een uitspraak gedaan met betrekking tot een verzoek tot beoordeling of het gebruik van stemmachines in strijd is met de beginselen van de Duitse grondwet.

Het hof heeft allereerst geoordeeld dat de bepalingen in de kieswet waarin het gebruik van elektronische stemmachines is geregeld niet in strijd zijn met de beginselen van de Duitse grondwet. Deze wettelijke bepalingen kunnen derhalve door de Bondsdag volledig worden gehandhaafd. 

Het hof heeft ook geoordeeld dat de ministeriële regeling voor het onderzoeken, testen en beoordelen van stemmachines door het Physikalisch-Technische Bundesamt (PTB) en op basis waarvan een ministeriële goedkeuring wordt verstrekt wel in strijd is met bepalingen van de Duitse grondwet.

De regeling is in zoverre in strijd met de grondwet dat het de goedkeuring van stemmachines toestaat, waarvan burgers zonder technische kennis niet kunnen begrijpen hoe de stem wordt vastgelegd en hoe de door het systeem berekende uitslag kan worden gecontroleerd.

Totdat deze ministeriële regeling (de zogenaamde ‘Bundeswahlgeräte Verordnung') is aangepast zodanig dat een tweede (voor leken begrijpelijke) mogelijkheid voor de vastlegging van de stem naast het elektronische spoor verplicht wordt gesteld mogen stemmachines niet worden ingezet.

Lees meer